Quote van de dag
"Gierigheid en geluk hebben elkaar nooit gezien, hoe zouden zij dan met elkaar bekend hebben moeten raken?"
Benjamin Franklin Amerikaans staatsman en fysicus 1706-1790
"Gierigheid en geluk hebben elkaar nooit gezien, hoe zouden zij dan met elkaar bekend hebben moeten raken?"
Benjamin Franklin Amerikaans staatsman en fysicus 1706-1790
Moet ik weer snel doorschrijven want ik kom nu net pas thuis. Ik moet het van gisteren nog eerst even afmaken. Aan al het negatieve wat er bij sommige mensen uit kwam, ga ik gewoon geen aandacht meer aanbesteden. Die krijgen vanzelf wat ze geven. Dat is altijd zo, daar hoef je helemaal niets voor te doen. Ooit zullen ze voelen wat ze jou hebben laten voelen. Mooi om te weten dat zulke rechtvaardigheid bestaat.
Er waren nog best veel mensen gekomen eigenlijk maar een hoop zijn volledig langs me heen gegaan. Er zijn er zelfs een aantal die ik volledig heb gemist en een enkeling heeft me bewust overgeslagen en genegeerd. Ze weet zelf wel wie dat moet zijn. Maar dat geeft niet, daar heb ik heerlijk helemaal niets mee. Wel zo prettig eigenlijk.
Mijn neef Manuel komt naar me toe, hij vertelt me dat hij me iets moet laten zien. Op een gegeven moment had zijn moeder aan hem gevraagd hoe laat het was. Hij had al die tijd al niet naar de tijd gekeken. Hij doet zijn gsm aan en het is 13u58. Exact een week eerder is mijn moeder overgegaan. Hij had er een screenshot van genomen omdat hij ook dit weer bijzonder vond. Dat vond ik ook wel.
We hadden toch nog een soort van koffietafel geregeld in het huis van Daan. Een aantal mensen konden of wilden niet, ook goed natuurlijk. Toch zaten we nog met een redelijk grote ploeg bij elkaar later. Mike, huisvriend van Kim en Daan en ondertussen ook bij de familie horend, had aangeboden om koffie te zetten en dat soort dingen. Het hele huis zat vol met familie. Dat werd daardoor best een mooie middag.
Ik heb een tijd op het balkon gestaan want het was behoorlijk warm. Maar af en toe een praatje makend met die of gene, over mijn moeder, herinneringen aan vroeger ophalen. Het was een fijne middag met vele mooie gedachten over mijn moeder. Mijn nicht Ariëlle kwam met een grote grijns naar me toe. Ze had een stuk boterkoek bij zich. Ik moest gelijk lachen. Want wat hebben we een keer ruzie gehad met Frans omdat hij dacht dat wij zijn boterkoek hadden opgegeten.
Die had hij voor zijn verjaardag gehad of zoiets. Wij hadden dat ding helemaal niet opgegeten maar een beetje verstopt gewoon. Hij ging helemaal uit zijn plaat zowat. Wat kon die man tekeer gaan zeg. Ik denk dat hun die middag vast ook een fijn samenzijn hadden, not! Ja joh, zo had het helemaal niet hoeven te gaan als je maar een spatje gevoel in je lijf had gehad en je niet zo ontzettend asociaal gedragen had. We hebben allemaal je binnenkant gezien en die is helaas nog wat zwart.
Er was cake en koffie en fris en zoutjes, Karin had een heerlijke appeltaart gebakken. Daar had ze er een stuk of 20 van mogen bakken, zo lekker was die. Hij was ook zo op, gelukkig had ik mijn handen nog op een klein stukje voor Miranda en mij kunnen slaan. Ondanks de gelegenheid waren de verhalen en het lachen niet van de lucht. Ik vond het echt een fijne middag.
Uiteindelijk ging iedereen zo’n beetje weg. We hebben iedereen bedankt voor hun komst. Mijn broer verging van de honger zei hij, die ging vast weg. Ook de honden moesten uitgelaten worden en Benjamin was ook al thuis. Miranda vertrok ook richting Brabant weer. Ik ging ook maar naar huis. Ik had alleen gedacht dat we onderling nog iets zouden eten. Maar ik dacht dat mijn broer gewoon te moe was en dat kon ik zeker begrijpen. Ik kiepte zelf ook bijna om.
Ik voelde me volledig uitgeput. Maar toch zit je dan te vol met van alles dat je absoluut niet in slaap kon vallen. Ik heb niets gegeten, geen trek en geen puf. Wat later belde Kim mij en ik daarna Ben weer. Hij had gedacht dat wij dan nog naar hem zouden komen. Kleine miscommunicatie. Maakte ook niet zo uit, we waren allemaal gewoon volledig op.
Ik heb me er echt toe moeten zetten om mijn blog te gaan schrijven want ik wilde ook niet te veel in pure emotie schrijven en daardoor het anders laten overkomen dan het was. Uiteindelijk is me dat toch gelukt, maar dat had wel wat voeten in aarde. Ik vergat steeds dingen en dan ging ik weer terug om dat er nog tussen te schrijven. Maar dan werd ik soms ergens door afgeleid en dan stond er ergens een halve zin tussen en die kon ik dan niet meer terug vinden.
Ik moest dan elke keer weer beginnen met lezen tot ik die vond. Middernacht redde ik sowieso al niet meer. Mijn broer wilde wakker blijven tot ik klaar was dus die had het ook zwaar, arme jongen. Toen was ik er wel klaar mee hoor, anders werd het straks nog ochtend voor ik klaar was. Ik kijk hoe laat het is, 00u58. Ja ma, het wordt bedtijd. Ik heb geprobeerd weer te geven hoe die dag voor mij voelde. Ik heb het niet lelijker gemaakt of mooier, gewoon zoals het is. Iedereen heeft toch zijn eigen dag beleefd maar die is niet voor mij om te beschrijven.
Ik was vandaag nog steeds volledig uitgeput. Ik heb wat zitten bladeren in mijn moeders agenda van 2016. Ze schreef altijd kleine dingetjes op. Wie er waren geweest of hadden gebeld. Waar ze naartoe was gegaan, allemaal dat soort dingetjes. In januari 2016 ontdekte ik opeens wat zinnetjes die ze over Siem had geschreven. Die waren zo lief, hoe lief ze hem vindt en hoeveel ze van dat knulletje houdt.
Daar moest ik echt even een foto van maken en die heb ik naar Karin gestuurd, Siem zijn moeder. Die was er heel erg blij mee. Ze wisten natuurlijk wel dat ze van Siem hield maar het zo zwart op wit te zien staan was wel bijzonder. Ze vroeg of ze de foto mocht krijgen van mijn moeder die op de kist stond omdat ze die zo mooi vond.
Ja, dat was ook weer zoiets. Wij hadden een hele stapel af laten drukken om aan de mensen die dat zouden willen mee te geven. Alleen zijn we dat gewoon volledig vergeten. Wij zijn één beetje dom geweest. Niet gek natuurlijk, dat zei Karin ook. Je zit zo vol met van alles dat het niet gek is dat er van alles vergeten wordt. Ik vergeet ook constant welke dag het is en als ik dan kijk en het weer weet, dan ben ik het een uur later weer vergeten. Zo raar is dit.
Net na de middag, ik had nog steeds niets uitgevoerd, werd ik gewoon erg beroerd opeens. Mijn ogen draaiden bijna weg van vermoeidheid. Ik ben maar gaan liggen want ik had volgens mij anders gewoon omgevallen en met mijn hoofd op het toetsenbordje komen te liggen. Ik ben in een diepe slaap gevallen. Als mijn broer niet had gebeld dan had ik denk ik nu nog liggen slapen.
Ik was zo ver weg dat ik als een gek opsprong van de telefoon en helemaal duizelig en in de war was en niet wist wat ik nou moest doen. Blijkbaar klonk ik ook zo want broer vroeg wat er aan de hand was. Tegen die tijd begon ik weer een heel klein beetje helder te worden. Er werd mij opgedragen dat ik pasta kwam eten rond een uur of zes. Dan had ik nog 1,5 uur om wakker te worden en me aan te kleden.
Dat liet ik me geen 2 keer zeggen, toch was ik nog iets te laat omdat ik gewoon met geen mogelijkheid vooruit te branden ben. Er stond een bord voor me klaar waar een paar flinke havenarbeiders ook van mee hadden kunnen eten. Ik zat tot mijn oren vol en ik had nog niet eens de helft op. We zijn met zijn vijven naar het strand gereden in Hoek van Holland. Ze hadden 2 van die ballonnen die je met vuur op moet laten stijgen en die wilden we, met de linten van ons bloemstuk eraan, daar de lucht in willen sturen.
Het was aan de kust windkracht 10 weer geloof ik, we kregen die dingen niet aan. Hilarisch was het want ze stonden me toch te klooien. Ik had mezelf in een kuil in de duinen gegraven en voor mijn voeten een soort drempeltje gemaakt en zat het met veel vermaak te volgen allemaal. Het was niet te doen, we zouden dan wel terug gaan naar Overschie en daar bij de Schie ergens de ballonnen op laten.
Eenmaal daar zagen we dat ballon nummer 1 compleet naar de knoppen was. Bovendien bleken het ook een soort van kerstballonnen te zijn. Aan 4 kanten zag je de kerstman, die wel een klein beetje weg had van Frans. De 2e ballon lukte ook niet uiteindelijk. Alleen hadden we wel allemaal ondertussen compleet de slappe lach gehad om Daan en Kim die ermee aan het stoeien waren. Het ding heeft een halve meter gezweefd, richting mij en ik was een klein beetje bang om in de hens te komen te staan.
Hij ging om me heen en landde in het gras waar dat hele ding vlam vatte. Ik zei dat ik het vond alsof we zo ritueel afscheid hadden genomen van Frans. Het branden ging nog niet eens zo snel want dat ding bleek brandwerend te zijn. Logisch natuurlijk. Uiteindelijk is de hele operatie ‘ballon’ volledig mislukt maar lol hadden we wel. Ma heeft vast en zeker ook mee moeten lachen. Dat de ballon de fik vatte in plaats van op te stijgen, vond ze vast niet erg.
Ik hoorde van Ben nog dat Nathalie Pino van de Winter en Rijkeboer hem nog gebeld had om te vragen hoe het met hem ging enzo. Wat lief van haar en wat mooi dat ze dat doen. Ik ga ze morgen ook nog even een bedank mailtje sturen, dat hebben ze wel verdiend. Zij was er in februari ook bij en heeft van dichtbij meegemaakt hoe moeilijk Frans toen al deed. Ook wist ze dat wij voor de rest van de begrafenis hebben betaald want ik moest toen nog speciaal gaan pinnen.
Ook hebben ze meegedeeld in onze verhalen over al ma d’r tekens. Ze is er zelfs zelf getuige van geweest gisteren en ze zei dat ze nog nooit zoiets bijzonders had meegemaakt. De lieve chauffeur verdient ook een schouderklopje, dat wil ik ze gewoon even laten weten. Ere wie ere toekomt, een waarheid als een koe. Ik mail ze een persoonlijk bedankje en plak mijn blog van gisteren eronder. Ik vond het daar allemaal fijne mensen.
Nu zit ik hier en ben bijna klaar en hoera, het is nog net geen middernacht. Ik ga zo de katjes verzorgen en dan ga ik weer liggen. Ik hoop dat ik kan slapen want op de normale tijden lukt het niet zo. Maar ik ben zo moe en zo leeg dat gewoon liggen met je ogen open en iets op de achtergrond op de tv te horen of zien ook wel lekker is.
"Geen drukkender gevoel dan het besef dat niemand je missen zal, wanneer jij er niet meer bent."
C. J. Wijnaendts Francken Nederlands letterkundige en filosoof 1863-1944
We wisten natuurlijk al dat vandaag een bijzondere dag zou worden. Na al de tekens die ma heeft gegeven de afgelopen week, wisten we zonder enige twijfel dat ze ook zeker vandaag van zich zou laten horen. Je weet alleen niet van te voren hoe dus laat je het maar over je heenkomen. Kim, Daan, Daisy en Mike waren al heel vroeg hier bij mij thuis.
Mike en Daan leken wel de men in black, scherp in het pak en met zonnebril en al. Kim had het jurkje aan waar mijn moeder helemaal blij van werd als ze het aan had. Speciaal voor oma gedaan. Daisy zag er ook mooi uit. Ik moest me nog aankleden, eerst het haar van Kim doen even. Mike en Daan bleven ook zo rondlopen in mijn huis tot ik zei dat ik zenuwachtig van ze werd. Toen zijn ze braaf aan tafel gaan zitten. Ik moest er wel om lachen.
Daarna zijn we naar het huis van Daan gereden om mijn auto neer te zetten. Daar kwam mijn broer ook naartoe en gezamenlijk zijn we naar Maassluis gereden. We waren vroeg maar beter te vroeg dan te laat. Daar had mijn moeder een hekel aan. Er waren nog meer bloemen binnen gekomen en die zouden allemaal mee gaan. De roze rozenplantjes die Ben voor mijn moeder had gekocht, de dag dat ze in het Antonius werd opgenomen, waren er ook nog bij. Die gaan we daar planten later.
Toen we gisteren in Maassluis waren, hadden we met de dochter van Frans afgesproken dat zij met Frans, haar kinderen met aanhang en haar partner alvast zouden gaan zitten in de aula. Frans heeft de laatste weken nou niet bepaald mooie dingen gedaan wat mijn moeder betreft, van het niet op komen dagen bij haar laatste ziekbed, tot het weigeren om haar, zoals was afgesproken, vanuit haar eigen huis begraven te laten worden.
Dat dit in de familiekamer niet helemaal goed zou komen, dat snapte zij ook wel. Nee, beloofde ze, ik hou hem bij me, ik sluis hem wel naar binnen en na afloop sluis ik hem gewoon weg. Maar wat als mijn kinderen daar wel heen willen? Nou, dat vonden Ben en ik allebei, dan zijn ze van harte welkom natuurlijk.
Voor hun gevoel is ma ook hun oma, dat weten wij ook wel en dat willen we ze zeker niet ontnemen. Al zouden we willen, wat niet zo is, mijn moeder houdt ook van hen, dat weten wij wel zeker. Mijn broer zei nog, maar ik denk dat ze uit respect wel bij jou zullen willen blijven. Ja, dat dacht zij ook wel. Maar wilden ze bij ons zijn, prima natuurlijk. Dat was dus al afgedicht, voor ons gevoel een pak van ons hart.
Ik weet dat als Frans 1 verkeerd woord zou hebben gezegd, de broers van mijn moeder, of de andere naaste familieleden er wel even iets uitgegooid zouden hebben en als we 1 ding niet wilden dan was het gezeik op de dag van haar begrafenis. Dus wat dat betreft vonden we het heel fijn dat zij dit zo zou regelen. Dat was in elk geval een hindernis en dus een zorg minder. Zij zou het wel fixen. Frans kennende zouden er 100 verkeerde woorden uitkomen dus voor ons was dit een hele opluchting.
We komen in Maassluis aan waar Miranda, mijn vriendin, al op ons wachtte. Zij wilde er zijn voor mij en voor mijn moeder. Dat kwam nog mooi uit ook want ik zat met mijn jurkie nou niet echt comfortabel achterin bij die 2 lange lummels die mijn broer en San zijn. Die zitten door hun lange stelten met de stoelen ver naar achteren en als je dan achterin zit ben je de pineut. Benjamin was al gaan verzitten voor mij, Ben is nog erger dan San, die zit nóg verder naar achteren. Zo kon ik straks mooi in luxe, met gestrekte beentjes, bij haar voorin zitten.
We voelden ons allemaal een soort van nerveus. Nathalie Pino, die al in februari bij mijn moeder thuis was geweest om de begrafenis te regelen, kwam ons begroeten. We kregen een lekker kopje koffie van haar en we wachtten op de rouwauto die mijn moeder zou vervoeren. De kist vonden wij heel persoonlijk en heel mooi, zo met al die stickers en tekeningen en boodschappen erop geschreven en geplakt. Mooi om die nu even allemaal goed te kunnen bekijken.
Ons verhaal, van de kentekens, de seintjes die ma ons allemaal geeft, zijn daar, bij de Winter en Rijkeboer, ook een eigen leven gaan leiden. Nathalie, ik weet eindelijk haar voornaam uit mijn hoofd want ik noem haar al maanden Pino, kwam naar ons toe. Dit ga je niet geloven, zei ze, de chauffeur is op de 13e geboren. Ze hadden het blijkbaar al over ons gehad maar eerlijk is eerlijk, onze verhalen zijn dan ook best bijzonder.
We stonden buiten even te praten met deze vriendelijk man. Wat blijkt, hij heeft jarenlang op de Baumannlaan gewoond, bij mijn moeder om de hoek. Mijn moeder heeft jarenlang bij de bakker gewerkt, zijn dochter bij de schoenenzaak daarnaast. Geloof je nog steeds in toeval? Dan moet je nog maar even door blijven lezen.
We kregen allemaal instructies hoe we in colonne konden blijven maar als dat mis zou gaan, zou hij ergens stoppen en wachten. Ons Poolse zusje Agnieszka was er natuurlijk ook bij. Miranda met haar gifgroen/gele autootje moest als laatst want dat kon hij dan goed in de gaten houden, dat valt tenminste op. We bonden allemaal een rouwlint om de antennes van de auto’s en we moesten met de lichten aan rijden. Met een aantal hebben we de kist van mam in de auto getild, die, naar we later hoorden van de chauffeur, de Engelenwagen wordt genoemd soms.
Een mooie grote zilvergrijze auto. Toen ze vroeg of er iemand met deze auto mee wilde rijden zag ik aan mijn broer dat hij dat wilde doen. Ik vond dat helemaal prima, hij was mama’s baby, haar ventje, dat zou ze vast heel fijn vinden. De rit naar Overschie was best lastig af en toe, niemand kijkt naar zoiets en iedereen schoot er af en toe tussen met de auto. Gelukkig is Miranda een goeie chauffeuse dus die haalde dat steeds wel weer in.
We bereikten Overschie en vlak voor we bij mijn moeders huis kwamen, waren we weer helemaal compleet. Agnieszka had voor haar ramen linten gehangen en bloemen, “WIJ HOUDEN VAN JE” zag je groot voor het raam hangen. Dat ontroerde me enorm. We zijn, uiteraard, 13 seconden daar voor de deur gestopt. Geen toeval hoor, dat was onze beslissing op de vraag van 'hoelang moeten we daar wachten'. Dat kon gewoon niet anders.
Ik durf je wel te vertellen dat dit de zwaarste 13 seconden in mijn leven zijn geweest. Je ziet je moeders huis, haar gordijntjes, je verwacht haar stralende gezicht elk moment boven die gordijntjes uit te zien komen, zoals je al jaren en jaren gewend was. Kim weet niet eens beter of haar oma woont daar, datzelfde geldt voor Daisy en Benjamin.
Er ging zo ontzettend veel door me heen, de liefde voor mijn moeder, de woede voor wat haar zo crue ontzegd werd, de onrechtvaardigheid van Frans zijn acties en zijn asociale woorden, het gemis van daar nooit meer haar stralende lach te zien als ze zag dat je er was en ze je blik ving. Ik trilde van mijn kruintje tot mijn kleine teentjes en de tranen liepen over mijn gezicht.
Ik vond het zo erg allemaal en toch wist ik ook nog eens in mijn hart dat het goed was zoals het was gegaan nu. Zij was veel te goed voor hem en ze heeft goed gemaakt, het was klaar zo. Het ging gewoon zoals zij het eigenlijk gewild had. daar had ze zelf wel voor gezorgd. Het was goed maar toch. Ik werd er een klein beetje door verscheurd. Het heeft me alles gekost in 13 seconden om mezelf bij elkaar te houden.
Pas tegen de tijd dat we op Hofwijk aankwamen, had ik mezelf weer een beetje bij elkaar geraapt. Als je groeit van pijn, dan had ik nu aan mezelf bewezen dat er niets dan ook niets is wat mij ooit kapot zal krijgen. Zoveel pijn in 1 leven doet je het leven en afscheid van je moeder dragen. Ik kon nog normaal functioneren na de pijn van die 13 seconden, die 13 jaar leken te duren, van een paar minuten geleden. Dat heeft wel moeite gekost maar ik kreeg het voor elkaar. Ik hoorde later maar ik wist ook eigenlijk meteen, dat dit voor iedereen zo was gegaan daar voor die deur waar we haar uit hadden horen te dragen. Dit brak ons allemaal.
Wij gingen snel de auto’s parkeren en daarna snel naar de Engelenwagen om langzaam achter de wagen aan te lopen tot waar we zijn moesten. We kwamen daar waar wij de familiekamer ingingen en de rest van de mensen die allemaal stonden te wachten zouden via de andere kant de aula binnen gaan. Frans zou bij Ingrid en de rest zitten, gelukkig. Ik was er door die 13 seconden nou niet echt vrolijker van geworden.
Miranda is echt chauffeuse geweest trouwens, die wist heus vanuit Brabant Maassluis te vinden maar toen ze het tijd vond worden om haar Tom Tom aan te zetten, kreeg ze te zien dat het nog 13 minuten ver was. Was ik nog vergeten te vertellen, gooi ik er ff tussendoor. Ik vergeet er nog een stuk of, waarschijnlijk, 13 maar het is en blijft te veel om op te noemen. Blijkbaar mocht ze er van ma ook bij zijn.
De mensen die het vaakst bij mijn moeder zijn geweest de afgelopen maanden, waren daar ook. De ‘dragers’ werden bij elkaar geroepen voor instructies. Nathalie (onze Pino) deed dat zo professioneel, ik vond het mooi om dat te zien. Mij lijkt dat nogal een flinke klus namelijk. Maar ze draaide daar haar hand niet voor om. Je zal zoiets maar in een paar seconden uit moeten leggen aan mensen die nog nooit met dat bijltje gehakt hebben. Dat deed ze met verve.
Wij gingen de aula in, onder het afspelen van het Panis Angelicus, het brood der Engelen, allemaal een beetje onwennig een plaats zoekend. Ons ‘ploegie’ was te groot voor 1 bank. Kim schoot in de stress en werd boos omdat ze vond dat Frans daar sowieso niet had mogen zitten na alles wat er gebeurd was. Ik denk dat bij haar die 13 seconden ook heel hoog zaten. Later konden we gelukkig het bankje van de piano die er stond naast haar plaatsen, zodat zij ook haar dochter naast zich had en haar man achter zich. Kimberley zien ontploffen, geloof me, daar zit niemand op te wachten hoor. Dan verandert ze van het kleine meisje dat ze lijkt in een huizenhoog monster waar niemand omheen kan.
De mensen kregen nog de gelegenheid om iets op de kist te schrijven of te plakken, maar er waren nog maar weinig mensen die het durfden of wilden natuurlijk. Karin, de moeder van 1 van ma’s oppaskindjes en ondertussen volledig behorend tot de familie, want ondanks wat anderen willen denken, wij verwelkomen iedereen die er echt bij hoort, deed, in mijn ogen dan, een heel mooi gebaar. Zij legde een speen, van Siem geweest denk ik, 1 van ma’s oppasschatjes waar ze zo dol op was, op de kist terwijl ze zich naar ons toe keerde en zei ‘dat is voor de kindjes die ze daar gaat verzorgen. Ik had haar en Siem en Simon al in mijn hart gesloten maar dit gebaar heeft ze daar doen verankeren. Wat een prachtig en toepasselijk gebaar!
Mijn broer stoot me tussendoor flink aan. Rie Rie! De bloemstukken, tel jij ze eens! Oké, 4 op de kist, 5 links en 4 rechts. Gelukkig kunnen mijn ribben wat hebben. Hoeveel is dat?! Eh… verward en verdrietig BlonTje hier, eh.. oh krijg wat, dat is 13! Later vond ik het nog stom dat ik daar over na moest denken. Kijk jij daar nog van op dan Ben? Nee, maar hij had met de chauffeur zitten kletsen onderweg, die had al die verhalen gehoord en Ben heeft hem er nog meer verteld. De chauffeur had gezegd, nou wat jammer dan dat er geen 13 boeketten waren.
Ja, wacht maar, had mijn broer geantwoord, er zijn er nog een stel bezorgd op Hofwijk. Deze chauffeur, die er gewoon zo bij hoorde, zei dat hij het een eer vond om deze begrafenis te mogen rijden. Later zagen wij hem ook nog bij het graf van ma, om zijn eer te betuigen. Die man zit daar enorm op zijn plaats, dat weten we wel zeker. En hee, op de 13e geboren? Hij zat op de rit van zijn leven in deze baan, ik weet wel zeker dat hij dat ook besefte.
Geen verrassing hadden die 13 boeketten moeten zijn maar dat waren ze toch. Je denkt toch nog steeds een beetje dat het aan jezelf ligt maar alles, en dan ook echt alles, bewijst dat dit niet zo is. Nathalie begint met een mooi welkomstwoord maar daarna stopt ze even en ze komt naar mij toe. Ik denk gelijk uh oh...
Ze fluistert me met grote ogen toe, “dit is me nog nooit gebeurd maar ik ben heel die teksten vergeten!!!”. Ik schiet ook een beetje in de paniek modus, ik grijp mijn, net nieuwe en net geïnstalleerde gsm en hoop dat het overzetten wel al mijn mails heeft opgepikt en ik ga naar de verzonden map en ja hoor, daar staat de mail met teksten die ik naar de Winter en Rijkeboer gemaild had.
Maar terwijl ik mijn telefoon opende zag ik direct dat het, ja ja schrik niet, 13u13 was. Ik wijs met mijn vinger naar de tijd en ik zie haar ogen nog groter worden. Nou ja, zegt ze, dit is echt niet normaal hoor. Nee, jij moest die teksten vergeten lieve dame, zodat je mij mijn telefoon aan moest laten zetten op dit tijdstip. Ma is er ook maar dat wist ik al natuurlijk en nu weet zij, Nathalie, het ook. Dat wilde ze alleen nog heel even laten zien aan iemand buiten ons cluppie, om het nog beter binnen te laten komen. Later zei ze nog ‘dit is echt niet normaal’. Nee, dat vonden wij dus ook al.
Ik moet zeggen, er is veel langs me heengegaan. Maar ik vond de dienst, misschien juist daardoor, prachtig en vooral de dia show met foto’s van ma en delen uit haar leven, met het prachtige liedje van Westlife eronder, I’ll see you again, rukte een klein beetje mijn hart uit mijn lijf. Ik hield mijn broers arm stevig vast en aan de andere kant mijn dochters hand. Dat heeft me er een beetje doorheen gesleept. Ik breek niet graag en plein publique en ik zat op dat randje. Later hoorde ik pas van wat ongeregeldeden. Maar ma zou vast niet gewild hebben dat ik dat toen al zou hebben meegekregen.
Na de 2e tekst en terwijl het 3e lied speelde, zijn we opgestaan, de bloemstukken werden in onze handen gegeven en de dragers werden bij de kist opgesteld naar grootte en zijn we gaan lopen. Er hebben een aantal mensen gewenkt naar Frans en dochter met gevolg maar die wilden blijkbaar zelf later aansluiten. Ze weigerden dit elke keer. Ook goed, ik heb er in elk geval niet op gelet. Had ik of Ben dat moeten doen dan? Wij zijn toch ook zelf opgestaan? Ik handelde instinctmatig. Voet 1 voor voet 2 en herhalen die handel. Dan ga je vanzelf vooruit. En vooral vlak bij ma blijven. Meer weet ik niet.
Onderweg, naar het plekje dat ma zelf had uitgezocht zag ik alleen dat zodra we langs bomen liepen, hun blaadjes in een heel mooi patroon naar beneden dwarrelden. En witte vlindertjes zag ik ook. Het was alsof ik in een soort trance liep. Had ik dus nog mogen denken dat dit mijn verbeelding was, hoorde ik het later van diverse mensen ook dat ze dat gezien hadden van die bomen en hun blaadjes en de vlinders.
De kleine Alan, die mijn moeder de laatste maanden nog zoveel kracht had gegeven, lag te slapen in zijn vaders armen. Agnieszka en ik hadden onze armen om elkaar heen. Ik zie Alan zo vredig liggen slapen en ik zeg tegen haar, mijn Poolse (dunne) siostro, hij is even met oma spelen nu, zij laat hem alles zien. Ze begreep gelijk wat ik bedoelde, ja hij is bij oma, zegt ze. Ik weet ook zeker dat dit zo was.
De dragers vond ik geweldig moedig. Mijn broer, zijn zoon, mijn neef Benjamin en mijn schoonzoon Daniel, mijn moeders jongste broer, ook Ben (vandaar de Ben Zoon want we hebben er wel een paar van die Bennen in de familie) en zijn schoonzoon Marcel en diens zoon en dus oom Ben zijn kleinzoon Wessel, hebben de kist van mijn moeder nog een aardig stuk gedragen. En nog wel op hun schouders ook.
Ik wist en zag dat dit heel zwaar was maar ze hebben het gedaan, zonder 1 klein foutje en ze hebben haar zo op die lift getild zonder enig hikje in de vloeiendheid van dit al. Petje af heren, ik heb me daar best zorgen over gemaakt. Jullie zijn kanjers geweest in dit alles want zo makkelijk was het niet, dat hoorden we later wel. Het zag er heel gladjes uit allemaal, alsof jullie al die maanden stiekem hadden geoefend. Ik geef het je te doen.
Nathalie, die ik zeer ben gaan waarderen in de, in verhouding, weinige keren dat ik haar gezien heb, sprak weer een mooi afscheidswoord uit en gaf ons de gelegenheid om afscheid te nemen van ma door in defilé langs haar kist te komen lopen. Ik zag Frans en het groepje aan de zijkant staan later. Ik ben erheen gegaan om ook hen te condoleren. Ik hoefde geen moeite te doen voor zijn dochter en haar kids hoor, daar kwam het bij uit mijn hart. Voor Frans moest ik wel moeite doen, ik kan er niets beters van maken. Kan je het me kwalijk nemen? Zo ja, dan vooral doen, ook goed.
Alleen deed ik dit wel omdat ik mijn moeder hoorde zeggen, alsof ze naast me stond; jij bent beter dan dit, dit laat je niet merken, je houdt ten alle tijden de eer aan jezelf. STA erboven! Dat heb ik dan ook gedaan. Mijn moeder zou vast het grapje maken ‘was je maar zo braaf toen ik nog op aarde leefde’. Nou ja zou? Ik heb hem gehoord ma! En nee, toen vond ik het niet nodig altijd te luisteren maar nu was het cruciaal…
De dochter van Frans, begon een beetje te mopperen toen ze me ook een hand en een kus gaf. ‘Nou we staan hier ook wel heel raar en eigenlijk nou ja eh, eh, eh, nou ja, laat maar’, is het enige wat ik ervan mee kreeg. Ik fronste mijn wenkbrauwen want wat was dit nu eigenlijk? Hebben wij je verteld dat je daar moest staan dan? Ik dacht het niet! Ik ben zelf namelijk van mijn plaats in de aula op gestaan om achter mijn moeders kist te lopen, net zoals de rest van mijn hele naaste familie. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik op helemaal niemand heb gelet.
Daar ging mijn moeder, in die kist en daar wilde ik zo dichtbij mogelijk blijven. Dit was haar laatste stukje OP deze aarde, daarna zou ze erin gaan. NIEMAND heeft gezegd dat Frans en aanhang daar niet mochten bij aansluiten of zo. Ik heb achteraf gehoord dat ooms en tantes hun groepje wenkten om voor hen aan te sluiten maar dat daar hoofdschuddend op werd gereageerd. Zoals ik net al vertelde. Ja hee, dan moet je dat toch zelf weten? Wij hebben jullie niets gedicteerd. Doe zoals je het voelt. Wil je het slachtoffer uithangen? Dan moet je dat vooral doen. Ooit zal je toch jezelf diep in je eigen ogen moeten kijken want de waarheid is er altijd, zelfs als je die niet wilt zien.
Waarschijnlijk is er wel gevoeld dat er een afstand was, die er ook daadwerkelijk is. Maar ga het ONS niet kwalijk nemen dat je die voelt. Dat ligt niet aan ons, want wij, zoals geleerd van onze onwaarschijnlijk groothartige moeder, hebben geleerd dat je zulke gevoelens naast je neer moet leggen en boven zulke dingen moet gaan staan. Dat hebben wij in praktijk gebracht. Het gevoel dat bij dat groepje hoorde, gaf blijkbaar aan waar ze stonden in dit verhaal. Dat hebben wij ze niet opgelegd. Misschien niet leuk voor ze, maar wel zoals het is.
Ik ga je daar niet in sturen hoor. Ik wilde maar 1 ding, zo lang als dit nog kon en zo lang als dit nog zou duren, bij het lichaam van mijn moeder te blijven. Het lichaam waar ik en mijn 2 broers, uit geboren zijn. Zij gaf mij leven en daar ben ik haar dankbaar voor. Ik mis nog altijd mijn broer Leon en ik ben enorm dankbaar voor mijn broer Ben. Ik heb met niemand een wedstrijdje, het is zoals het is. Daar gaat mijn moeder en daar ga ik als de kippen achteraan omdat het de laatste keer is dat IK dat kan doen. Op dat moment heb ik SCHIJT aan de rest van de wereld.
Dan komt ook nog Nathalie, naar ons toe, als we terug lopen naar de ingang en alles in me eigenlijk bij mijn moeder wil blijven. Ze vraagt me wie die ene dame is die er zo en zo uitziet. Ik moet het antwoord schuldig blijven, geen idee eigenlijk. Mijn broer weet het wel. Dat is de moeder van 1 van mijn moeders oppaskindjes. Eentje waar ze tot de dag van haar dood heel gek op was. Ik weet alles van dat kindje van mijn moeder.
Dat kindje is nu geen kindje meer maar mijn moeder houdt nog steeds van die meid, en hoe. Dat meisje kende ik zelf niet, 1 x gezien ooit want ik woonde toen in België, maar ik wist dat mijn moeder een moord voor haar zou hebben gepleegd. Niks bijzonders voor mijn moeder hoor, zo was ze voor al haar kindjes en zeker Siem en Alan.
Maar zij, de moeder van dat meisje dus, was naar Nathalie gestapt met de vraag of zij de ‘regisseuse’ van dit verhaal was en of ze even iets recht kon zetten. Dit was toch wel zeker schandalig?! Nathalie, nogmaals ik vind haar nu helemaal geweldig, zei alleen ‘mevrouw, ik denk niet dat dit te tijd en de plaats is om hierover in discussie te gaan’. En ze is verder gelopen, ze had het druk zat hoor, geloof me, ik wil niet in haar schoentjes komen te staan. Ze heeft een hele mooie maar toch ook behoorlijk zware baan die niet iedereen zal kunnen invullen.
Dat was wel het enige juiste antwoord. Ik kan "de moeder van" ook niks kwalijk nemen hoor, zij kent eigenlijk alleen Frans en mijn moeder en in haar ogen zorgden die 2 samen voor haar kind. Zij weet alleen niet hoe Frans echt is. Daar zal mijn moeder wel voor gewaakt hebben. Mijn moeder vond het enorm belangrijk wat de buitenwereld denkt. Maar, 1 ding wat ik daar niet in kan zetten; als je mijn moeder zo gezegd heel goed gekend denkt te hebben, waarom wil je dan stennis maken op haar begrafenis?
Dat steekt me en dat zit me dwars. Dat zijn dochter zo heeft gedaan vandaag, dat snap ik niet. Zij vindt het gedrag van haar vader normaal ook weerzinwekkend. Is ze dat vandaag opeens vergeten dan? Ik snap haar gemopper niet, wat door iedereen is gehoord en door iedereen aan ons is doorgegeven, over iets wat we de week daarvoor en zelfs de dag ervoor nog hebben doorgenomen, gezamenlijk. Het voorstel Frans apart te houden kwam zelfs bij haar vandaan. Wat me steekt is dat die moeder van dat kind, waar mijn moeder tot het laatste toe door het vuur zou gaan, zo doet op de begrafenis van de vrouw die ze kennelijk zo hoog acht!
Zou je haar echt zo hoog hebben zitten, dan zou je zoiets niet eens in je hoofd gehaald hebben. Dan zou je, op zijn aller allerminst, toch het hele verhaal gehoord willen hebben? Als je dan daarna je oordeel hebt, dan mag je dat pas ook echt hebben. Of dat nou wel of niet ten gunste van ‘onze’ kant zou zijn. Dan heb je dat tenminste WEL ergens op gebaseerd. Nu schiet je met losse flodders dame, dat haalt jou naar beneden, niet ons.
Ik zoek haar nog wel een keer op, op wat voor manier dan ook. Zijn kant gehoord, dan ook onze kant horen, ga er dan nog maar eens vanuit dat de waarheid in het midden ligt en hang je dan nog steeds die kant op, dan mag je dat. Maar NIET oordelen over mijn moeders kinderen, want ook al hebben die misschien nog niet half zo’n groot hart als zij had, zij lijken toch wel heel erg op haar en er zit geen centje kwaad in. DAN pas heb je recht van spreken, eerder niet.
De rest vertel ik morgen wel weer, ik loop achter maar probeer zoiets maar eens zo rechtvaardig mogelijk te verwoorden. Dat is niet makkelijk en ik heb nog lang niet alles gezegd. Ik heb alleen geprobeerd het zo eerlijk en duidelijk mogelijk uit te leggen. Er is nog meer te vertellen maar dat is voor de volgende keer. Ik ben er nu wel klaar mee… Ik ben volledig ‘naar de cochones’ so to hablar. Slaap lekker.
"Afgunst straft zichzelf.
Leon Battista Alberti Italiaans dichter, schilder, filosoof en musicus 1404-1472
Origineel: L'invidia è punita dall invida medesima."
Jenny Bosters
Door een Facebook vriendin heb ik uw blogs ontdekt en gelezen en ben erdoor geraakt.
Ria
Wat mooi om te weten, dank u wel